eclectisch

In de hulpverlening vanuit het Kruispunt hanteer ik een werkwijze, waarbij gebruik wordt gemaakt van een combinatie van verschillende zienswijzen.

De verschillende hulpverleningsmodellen die er bestaan, zijn in te delen op basis van twee centrale zienswijzen. Uit beide zienswijzen heb ik meerdere aspecten samengevoegd tot één samenhangend geheel wat één van de eerste uitgangspunten voor de hulpverlening vanuit het Kruispunt heeft gevormd.

 

1. Het “persoonsgerichte paradigma”, wat ervan uitgaat, dat moeilijkheden vooral het

    gevolg zijn van een onvoldoende goed functioneren van de betrokken cliënt.

Vanuit deze zienswijze maak ik vooral gebruik van aspecten uit theorieën, waarbij de innerlijke en persoonlijke belevingen en het gedrag van mensen onderzocht en benadrukt worden.

Voorbeelden:

  • Ik wil proberen te begrijpen hoe de cliënt zichzelf en zijn wereld in het hier-en-nu beleeft.
  • Ik wil de cliënt met zijn moeilijkheden begrijpen, waarbij ik het hier-en-nu sterker benadruk dan het verleden. De oorzaak van moeilijkheden of problemen kunnen wel in het verleden liggen, maar alleen het omgaan ermee in het hier-en-nu is wat veranderd kan worden.
  • Ik ga uit van het unieke van ieder mens, en dus ook van het unieke in ieders vermogen tot waarnemen en ervaring van de werkelijkheid.
  • Ik probeer een klimaat te creëren, waardoor de cliënt zichzelf kan en durft te verkennen.
  • Ik benadruk, dat openheid en eerlijkheid in de ontmoeting met anderen de basis is voor goede (hulpverlenings)relaties.
  • Ik probeer de cliënt meer inzicht in zichzelf te laten ontwikkelen en hem een groter bewust-zijn te laten krijgen.
  • Ik ga ervan uit, dat gedrag (ook probleemgedrag) aangeleerd kan zijn.
  • Bij het ontstaan van probleemgedrag kunnen sociale versterkers (bijv. het gedrag van een ander – zgn. “omgevingsstimuli”, ofwel prikkels uit de omgeving) een rol spelen. Deze omgevingsprikkels kunnen ten dele het gedrag bepalen. Een mens blijft verantwoordelijk voor zijn reactie hierop, maar kan tegelijkertijd onvoldoende inzicht of vaardigheden hebben om naar eigen bevrediging op deze prikkels te reageren.
  • Ik geloof niet in een lineair oorzaak-gevolg-relatie tussen omgevingsprikkels en reactiegedrag van de ander, maar wel in wederzijdse beïnvloeding en dan kan geprobeerd worden die wederzijdse beïnvloeding beter te laten verlopen.

 

2. De zienswijze, die ervan uitgaat dat moeilijkheden vooral het gevolg zijn van fouten

    in de wijzen waarop mensen elkaar proberen te beïnvloeden.

Voorbeelden:

  • Ik help de cliënten hun gedrag te begrijpen in het licht van het totale netwerk van relaties, anders gezegd: van hun systeem.
  • Ik laat de cliënten zien, dat men niet ‘niet communiceren’ kan. Ik help de cliënten te ontdekken welke communicatiepatronen en beïnvloedingsvormen een rol kunnen spelen binnen bijv. de echtpaarrelatie, of binnen andere relaties die zij onderhouden.
  • Ik help cliënten hun communicatiepatronen en beïnvloedingsvormen constructiever en bevredigender te laten verlopen.